Kinderoefentherapie op school

Het uitgangspunt van kinderoefentherapie op school is gebaseerd op multidisciplinair samenwerken, waarbij het kind in de voor hem vertrouwde omgeving behandeld wordt. De meerwaarde van het behandelen op scholen ligt in de directe samenwerking met de leerkracht en andere disciplines (ketenzorg). Hierdoor is de afbakening van taken tussen onderwijs en zorg- en hulp verleners, het aansluiten van doelstellingen en eenduidige pedagogische aanpak van het kind mogelijk. Zeker bij kinderen met meervoudige problematiek is dit een groot voordeel. Het kind wordt behandeld in de directe leefomgeving; de onderwijsinstelling. Voor een kind maakt het functioneren in een onderwijssetting een groot deel uit van zijn specifieke context. Hierdoor kan het in dagelijkse situaties voorkomen dat er weinig tot geen problemen met betrekking tot het motorisch functioneren worden gesignaleerd in de thuissituatie maar juist wel in de schoolsituatie, omdat daar andere eisen aan het kind worden gesteld. De voorwaarde voor een dergelijke plek binnen de onderwijsinstelling is dat motoriek een onderdeel is binnen het beleid.

Uiteraard is de uitwerking per onderwijsinstelling verschillend in te vullen, waarbij het niveau van het onderwijs en problematiek van de kinderen de invulling mede zal bepalen. De grondgedachte is dat het stimuleren van de motorische ontwikkeling van de kinderen voorbehouden is aan een stimulerende omgeving; ouders en onderwijsinstelling, en dat de behandeling van motorische ontwikkelingsachterstanden (of een afwijkende motorische ontwikkeling) uitgevoerd wordt door de kinderoefentherapeut.

Hier kunt u het ondersteuningplan motoriek en passend onderwijs downloaden.